|
Lichte muziek en klassieke muziek inspireren elkaar tijdens gemengd festival
In prachtige kostuums, met aansprekende choreografieën en een repertoire van zelfgeschreven arrangementen in renaissance- en vroege barokstijl won Vocaal ensemble De Windh uit Tilburg zowel de juryprijs als de publieksprijs tijdens de Grote Finale van het Nederlands Koor Festival 2010 op 27 november. De Windh mag zich voortaan 'Koor van het Jaar 2010' noemen.
De finale van het NKF 2010 vond plaats in de Concertzaal van Musis Sacrum in Arnhem, een sfeervolle negentiende-eeuwse zaal die plaats biedt aan ruim 700 personen. Door de heldere, transparante akoestiek kwamen de koren goed tot hun recht, al moet gezegd worden dat dat vooral gold voor wie vooraan in de zaal zat. Verder naar achteren en opzij was het geluid vaak aan de zachte kant - iets dat vooral de kleinere koren en de koren met een 'licht' geluid soms parten speelde.
Zes van de negen koren in deze finale hadden een klassiek of grotendeels klassiek repertoire. Op dat repertoire was naar verhouding veel muziek uit het begin van de twintigste eeuw te vinden - muziek die de gemiddelde liefhebber van het harmonieuzere 'lichte' repertoire vaak wat moeilijk in het gehoor ligt. Duidelijk is dat er ook in de klassieke zangwereld steeds meer aandacht is voor presentatie en choreografie. De winnende groep De Windh stond ook op dit punt bovenaan met hun creatieve gebruik van een soort lange stamtafel met bijkleurend allegaartje van stoelen.
De opening van het festival was voor Vrouwe IJsselstein Swingt, een vrouwenkoor dat hun mooie arrangementen ritmisch en op een overtuigende manier bracht. De solisten konden mij wat minder overtuigen, wat deels gelegen kan hebben aan het (op dit festival vanzelfsprekende) onversterkt zingen in een concertzaal. Daar komt een klassiek geschoolde stem toch wat beter over. En 'Zing Vecht Huil Bid Lach Werk en Bewonder' met punten achter elk woord kon mij ook wat minder bekoren...
Na de lunchpauze was het Deurnes Mannenkoor aan de beurt - een traditioneel ouder 'mappenkoor' dat een naturalistisch geïnspireerd repertoire bracht dat mijn buurman in de zaal de zucht ontlokte "Hoe kunnen ze dit nu doen? Zo jagen ze al hun leden weg!"
Het laatste blok begon met popkoor A58 uit Goes. Met zo'n 80 mensen op het podium zongen ze spatgelijk, soepel bewegend in mooie choreografieën. Een koor dat zingt over de zee, overtuigende zeegeluiden kan maken en waar je bij het kijken toch niet zeeziek van wordt. Chapeau! Ik hoop ze volgend jaar op het BALK Vocal Light TOP Festival in Apeldoorn weer tegen te komen, en denk dat ze daar hoge ogen zullen gooien.
Gemengd koor Cantabile uit Breda had gekozen voor stukken waarin het thema 'tijd' een belangrijke rol speelde. In Agnus Dei van Kilar - een première voor Nederland - kwam de titel naar schatting van mijn buurman 86 keer voor, als enige tekst. Bij de Chichester Psalms van Bernstein werden we getrakteerd op een countertenor die steeds dezelfde noot iets te laag inzette. Gelukkig was het snel tijd...
Tot slot kwam mijn favoriet-op-voorhand, Close-Up uit Alkmaar, op het podium. Het was als vanouds genieten van de verrassende arrangementen van Jetse Bremer, harmonieus en zuiver gezongen zonder opsmuk. Wat wel opviel, was dat ze vrij zacht klonken. Dat kan deels aan de akoestiek van de zaal hebben gelegen, die immers meer afgestemd is op orkesten met een fors volume, maar het had wel tot gevolg dat Close-Up niet helemaal uit de verf kwam. Helaas!
Afsluitend ging juryvoorzitter John Damsma nog even in op de vaak gehoorde tegenwerping dat de keuze van één winnaar uit al die verschillende categorieën zoiets is als 'appels en peren vergelijken': "Uit recent onderzoek is gebleken dat appels en peren veel genetische overeenkomst hebben."
Wellicht heeft John Damsma gelijk. De aandacht voor choreografie en presentatie bij veel klassieke koren laat zien dat zij open staan voor nieuwe dingen die in de 'lichte' muziek al wat langer ingang hebben gevonden. Omgekeerd zou ik wensen dat 'lichte' koren meer aandacht zouden besteden aan stemvorming. Het is toch wel wat vreemd als je met dertig mensen onversterkt niet goed hoorbaar bent achterin een middelgrote theaterzaal.
Een ander leerpunt voor koren en groepen in de 'lichte' muziek is dat je heel goed ritme kunt aangeven zonder te hoeven vervallen in 'vocal percussion'. Met sterkte-accenten, stembuigingen en goed gearticuleerde medeklinkers kun je minstens zo mooie effecten bereiken, en die aanpak heeft ook nog eens het voordeel dat alle stemmen mee kunnen blijven zingen in de harmonie - met een rijker en voller geluid als beloning.
In 2011 start de nieuwe cyclus van het NKF, die uitmondt in de finale in november 2012.
Meer informatie: www.nederlandskoorfestival.nl
Karel Jurgens
|