A cappella
Close harmony
Pop-en musicalkoren
Vocal groups

     HOME | A CAPPELLA | BALK | LINKS | CONTACT

 AGENDA  

 FESTIVALS  

 LEDENSERVICE  

 KOREN & GROEPEN  

 NIEUWSBRIEF  

 ZOEKERTJES  

 ARCHIEF  

 

 

 

Van blad zingen


 

Derde oefenboekje van Tijs Krammer brengt muziektheorie voor zangers tot leven

 

 

Onlangs verscheen van Tijs Krammer het boekje Van blad zingen. Daarmee richt hij zich op de gevorderde amateurzanger zelf, waar zijn eerdere boekjes Een en al oor (2011) en Meerstemmig Inzingen (2008) vooral gericht waren op dirigenten.

 

Wil je als koor of vocal group van gevorderde amateurzangers op een hoger niveau komen, dan is het nodig dat alle leden hun partijen zelf thuis kunnen voorbereiden. Anders gaat er teveel repetitietijd verloren aan het 'inslijpen' van de noten.
 
Zelf voorbereiden van je partij kun je natuurlijk doen met behulp van door de arangeur gemaakte mp3-bestanden. Je hoort dan (ongeveer) wat je geacht wordt te doen. Maar wat als de dirigent zegt: "wil je in maat 39 een bes zingen in plaats van een b? Dan is het toch wel heel handig als je je partituur kunt lezen. Nog mooier is het als je zelf kunt zien wat je moet doen, zodat de dirigent het je niet meer hoeft te vertellen.




 

In Van blad zingen gebruikt Tijs Krammer een methode die is gebaseerd op het aloude 'solmiseren'. Bij dat solmiseren worden de trappen (treden) van de toonladder op een vaste manier benoemd. Vrijwel iedereen kent het rijtje notennamen van de grote terts of majeur toonladder: do-re-mi-fa-so-la-ti-do, in de meest gebruikte vorm. Tussen mi en fa, en tussen ti en do zit een kleine afstand (halve toon), de andere toonsafstanden zijn groot (hele toon). Krammer vervangt deze namen door de cijfers 1 t/m 7. Of je dat handiger vindt, is niet alleen een kwestie van voorkeur. Bij het solmiseren begint de mineurtoonladder op 'la' en de Dorische toonladder op 're'. In Krammer's systeem heet de grondtoon van deze (en alle andere) toonladders altijd '1'. Voor zangers die het solmiseren al gewend zijn, is dat verwarrend. En in plaats van de handige eenletter­grepige notennamen zit je ineens opgescheept met 'zeven' (je zou natuurlijk 'zeev' kunnen zingen). Zijn er voordelen die dit goedmaken?

 

In de 'lichte' muziek wordt, nog meer dan in de klassieke muziek, gedacht vanuit akkoorden en akkoordprogressies (min of meer vaste opeenvolgingen van akkoorden). Als een lied begint in een bepaalde toonsoort, bijvoorbeeld C, zul je het C-akkoord (in enkele varianten) vaak tegenkomen, en daarnaast de nauw verwante akkoorden op F en G, en de minder verwante akkoorden op D en A. In plaats van deze letters worden vaak Romeinse cijfers gebruikt, in dit voorbeeld: I, IV, V, II, VI. En dan worden Krammer's cijfernamen voor de noten een stuk logischer. Een akkoord op trap x heet ook trap x - daar hoef je geen moment over na te denken. Je ziet aan de notennaam meteen wat de relatie is met de grondtoon. Maar je kunt juist niet zien hoe groot het interval met de grondtoon is, want dat hangt - behalve bij kwarten en kwinten - af van de toonsooort. Het voordeel van dit systeem is in mijn ogen dan ook beperkt. Dus of het een blijvertje wordt, of al snel een plaatsje in het museum krijgt naast het Klavarscribo en andere geniale vondsten - de tijd zal het leren.

 

Als je aan de slag gaat met de oefeningen in Van blad zingen, merk je al gauw dat het bewustzijn van de grondtoon je steeds beter gaat helpen om de juiste tonen in een melodie te vinden. Daar bewijst dit oefenboekje zijn grote nut: door op allerlei verschillende manieren actief bezig te zijn met in de basis steeds dezelfde gegevens, groeien er als het ware vele nieuwe 'haakjes' in je muzikale brein, waaraan je jezelf kunt optrekken bij het zingen van je partijen. En omdat tonen leren treffen bij uitstek een vaardigheid is die langdurige en veelvuldige training vraagt, is het mooi mee­genomen dat de oefeningen door hun grote variatie het hele boekje lang leuk blijven. En passant komen ook nog heel wat muziekbegrippen voorbij, met waar nodig een minimale uitleg. Handig, want zo hoef je het theorieboek er niet naast te houden.
Ik kan dit boekje dan ook van harte aanbevelen aan iedere zanger die graag op eigen benen staat en met trots de welgemeende complimenten van zijn dirigent ontvangt.

 

Opzet van het boek

 

In acht korte hoofdstukjes doorloop je stapsgewijs de oefeningen in oplopende moeilijkheidgraad. Bij elke stap komen de volgende onderwerpen aan bod:
- Toonladders - trainen bewustzijn van de toonsoort en grondtoon
- Bekende melodie - praktische toepassing van toonladderbegrip
- Drieklanken - treffen van de juiste toon in een harmonie (akkoord)
- Toontrappen - relateren van verschillende toontrappen aan de grondtoon
- Kriskras - treffen van alle laddereigen tonen vanuit de grondtoon
- Intervallen - handige hulpjes voor lastige sprongen
- Verhogingen en verlagingen - wat te doen bij kruisen en mollen
- Modulaties - de hele melodie een stukje omhoog of omlaag

 

Conclusie

 

Van blad zingen - Een handzaam en plezierig oefenboekje dat voor elke zanger (m/v) een goede aanvulling is op de bestaande muziektheorie.

 

Karel Jurgens

 

 

Meer informatie en voorbeelden: www.vanbladzingen.nl
 
Zie ook: BALK educatie »

 

 

Van blad zingen
Tijs Krammer
Uitgeverij Harmonia
Bestelnummer HU 4334-401
ISBN 979-90-431-3542-9
80 blz., spiraalbinding, € 14,95
www.dehaske.com