BALK Gastblog

 

Is er een onderwerp, thema, verschijnsel, probleem of een trend in de wereld van het amateurmuziektheater of de lichte koormuziek waarover je iets te zeggen hebt? Schrijf een BALK Gastblog! Let wel hierop:

  • een gastblog telt maximaal 400 woorden
  • de webredactie van BALK behoudt zich het recht voor de tekst licht te redigeren met het oog op spelling, interpunctie e.d.
  • de webredactie van BALK behoudt zich het recht voor om ingezonden tekstbijdragen niet te plaatsen, zonder opgaaf van redenen
  • een gastblog weerspiegelt altijd de mening van de schrijver op persoonlijke titel
  • plaatsing van een gastblog betekent niet dat BALK de boodschap onderschrijft
  • stuur je gastblog - liefst met een profielfoto van goede kwaliteit - in via: redactie@balknet.nl.

Opinie

Door: Pepijn Lagerwey

 

29 mei 2020

 

Toen ik 6 jaar geleden solliciteerde op de baan van directeur van BALK werd mij gevraagd hoe ik het vocale landschap en BALK daarin zag over vijf tot tien jaar.
Ik kon toen niet bedenken dat de koorwereld in 2020 volledig op zijn kop zou staan. Zoals nu.
In deze tijd stel ik mezelf constant vragen. Hoe kan ik hier mee omgaan? Wat betekent het voor BALK? Welke belangen spelen hier allemaal? Aan welke touwtjes kan ik trekken? Wat kan ik voor anderen beteken?

In de artikelen de we op BALKnet publiceerden, probeerden we enerzijds te inspireren en anderzijds rust uit te stralen. En: te informeren natuurlijk. Maar wat je vandaag schrijft, kan morgen alweer achterhaald zijn.

Wat ik zie is dat onze sector steeds meer polariseert, in plaats van verbindt. 'Ze moesten dit', 'Waarom niet dat?', 'Moet toch kunnen?' 'Daar doen ze het wel, hoezo wij dan niet?' We slaan onszelf met karrenvrachten aan meningen om de oren in de sociale media. Die baseren we op eenzijdige, vluchtige berichten zonder vormen van nuance. Ik word daar verdrietig van.

Natuurlijk wil ik ook dat we als sector zo snel mogelijk weer kunnen functioneren. Er staan immers banen op de tocht. En zingen is een belangrijke uitlaatklep voor veel mensen. Het is heel vervelend dat onderzoeken lang op zich laten wachten. En als ze er zijn, spreken ze elkaar weer tegen. Die maken van mij geen deskundige, en zeker niet een die het dan zelf maar gaat uitzoeken op basis van de berichtgeving die je vooral wil lezen.

Achter de schermen gebeurt ontzettend veel en wordt keihard gewerkt. Met een lobby richting politiek, druk op onderzoekers en een constante vinger aan de pols. Misschien niet altijd goed zichtbaar, touché, maar wel met resultaten. Helaas hebben we te maken met heel veel partijen en politieke belangen. Het gaat ook mij veel te langzaam. Maar... het is in ieders belang dat de feiten eerlijk en volledig op tafel komen liggen voordat er sectorbreed een definitief besluit komt. De eerste kleine stap zal wellicht zijn dat we weer samen buiten kunnen zingen. Met gepaste afstand en met minimaal risico.
Dat advies ligt er nog niet! Dus denk niet op basis hiervan dat het alweer kan. Wil jij straks degene zijn die voor de troepen uit ging lopen en overhaast een beslissing nam waar je achteraf veel spijt van kreeg? En stel jezelf als koorbestuurder of dirigent die tegen het advies van de overheid in besluit eerder te gaan zingen, die ene cruciale vraag. Ben jij bereid om de verantwoording op je te nemen als het misgaat, als er mensen ziek worden of, erger nog, als er iemand overlijdt?

 

Geduld. Niet kijken naar wat had moeten zijn, maar naar wat er is en wat je ermee kunt. Binnen de kaders die de overheid daartoe stelt. Hoe pijnlijk en verdrietig ook. Dit doen we niet voor onszelf, maar voor ons allen.

 

Pepijn Lagerwey is - onder veel meer - directeur van BALK en dirigent/arrangeur bij Vocal Group Buzzz.

 

Overdagkoren en zorgcentra: het mes snijdt aan vele kanten

Door: Meindert Bosklopper

 

12 februari 2020

 

Er komen er steeds meer: overdagkoren. Als je die koren laat repeteren in zorgcentra, snijdt het mes aan heel veel kanten. De belangrijkste ingrediënten in dit verhaal: reuring, blijdschap, verbinding.

Dat het overdagkoor steeds meer terrein wint, lijkt logisch. Nederland vergrijst en dus ligt het voor de hand dat mensen die na hun werkend bestaan niet meer aan de avonduren gebonden zijn, liever overdag zingen. En natuurlijk: 60-plussers zijn in de meerderheid. Maar toch zijn er ook veel veertigers en vijftigers die graag zingen in een overdagkoor: zzp’ers die hun tijd zelf kunnen indelen, parttimers, mensen die zonder werk zitten of deels arbeidsongeschikt zijn… noem maar op.

 

Zelf leid ik – naast een vocal group Blue Note en een meer klassiek Kleinkunstkoor – liefst vijf overdagkoren in Drachten, Dokkum en Leeuwarden. Opgeteld tellen die zo’n 250 zangers en zangeressen. Het mooie is dat ik met die koren repeteer in zorgcentra. Het is zo’n groot succes dat er wachtlijsten zijn en dat mijn vrouw Wietske en ik er een bedrijfje voor hebben opgezet. Zij zorgt voor de administratieve en financiële zaken want anders zou het niet te doen zijn.

 

Waar zit hem dat in? De zakelijke invalshoek is mooi meegenomen. Zorgcentra stellen hun gemeenschappelijke ruimte of kapel vaak gratis ter beschikking. En daar hebben ze groot gelijk in. Zingen is, zie de onderzoeken van Eric Scherder, een middel om gezond te blijven en het is goed voor je geheugen en je hersenen. De bewoners en hun familieleden zijn een dankbaar publiek. Het koor brengt reuring en levendigheid in huis en er ontstaat bijna altijd een prachtige wisselwerking tussen het koor en de bewoners. Soms worden er samen nog andere activiteiten gedaan, wordt er gewandeld of worden er spelletjes gedaan.

 

Wie overdagkoren associeert met spruitjeslucht of met karretjes op een landweg, heeft het mis. Althans, als ik voor mijn overdagkoren mag spreken, wel. Veel leden hebben nogal wat koorervaring met een flinke muzikale bagage erbij. Ze zetten soms na een jarenlange adempauze de stap naar een overdagkoor omdat zingen op die manier weer kán. Dat de bus overdag nog wél rijdt, is mooi meegenomen. Je mag gerust zitten tijdens het zingen als je niet meer goed ter been bent. Ik probeer rekening te houden met de toonhoogte en de ademhaling van ouderen. Bovendien kun je zingen zonder dat er direct de stress in zit van een optreden. En om je niet het hele jaar te binden, zing je bij voorkeur in twee periodes: van september-december, en januari-april.

 

Zoals gezegd, ook jongere mensen vinden de weg naar het overdagkoor. Al met al swingt het er enorm op los en wordt er gezongen als een tierelier. Wat mij betreft krijgt deze formule in Nederland nog veel meer navolging. Je doet er zangliefhebbers én de bewoners van zorgcentra een groot plezier mee. (www.meindertbosklopper.nl)

 

Amazing conductor!

Door: Thomas Hessels

 

20 januari 2020

 

Als goed koorzanger heb je de film Amazing Grace natuurlijk al gezien. Alexander Hamilton nuGospelkoningin Aretha Franklin op haar best. Nog niet gezien? Misschien draait hij nog ergens. Of bestel de dvd.

Waanzinnig hoeveel doorleefdheid Aretha Franklin in haar vertolking legt. De mensen in de zaal houden het gewoon niet en gaan spontaan aan het dansen, in het gangpad van de kerk waar de film is opgenomen. Dat is wat zingen kan doen.

 

En, dames en heren koorzangers, kijk vooral ook goed naar de dirigent van het gospelkoor dat haar begeleidt. Alexander Hamilton heet hij. Er zijn niet zoveel films waarin je kunt zien wat een dirigent allemaal doet. Hier zie je er een 18 karaats aan het werk! Heel effectief geeft hij de inzetten aan, hij dirigeert alles uit het hoofd, door zijn mimiek en gedrevenheid ga je als koorzanger helemaal mee.

 

Hiernaast een fotootje van Alexander Hamilton op huidige leeftijd. Toen de film werd opgenomen, in 1972, was hij een jonge dirigent met nog een veelbelovende carrière in de ongewisse toekomst. Hij heeft daarna met verschillende andere muzikale grootheden samengewerkt zoals Liza Minelli, Joe Rawls en Gladys Knight and the Pips. Drie wijsheden neem ik eruit mee. 1. Wat goed is, komt snel. 2. Zoek als koor de beste dirigent die je kunt vinden. 3. Een koor is zo goed als z’n dirigent.

 

'Laten we eens gek doen'

Door: Jan van Deursen

 

7 oktober 2019

 

Toen ik een jaar of drie geleden in het bestuur van mijn koor plaatsnam, waren er een paar hete hangijzers. De belangrijkste (je verwacht het niet): hoe komen we aan meer mannenstemmen? En: hoe verjagen we het spook van de vergrijzing? Dat is een hersenbreker, zeker als je in een regio zingt waarin alle zangvijvers wel zijn leeggevist.

 

Jongeren? Die trekken naar studentensteden in de Randstad waar ze zich verdorie nog wél eens bij een koor willen aansluiten. Want ja, daar is alles überhip. ‘Wij hebben wel degelijk jonge aanwas’ hoor je dan vanuit die contreien (op een pesterig toontje of is dat mijn verbeelding?). Die vergrijzing is niet eens zo zeer een probleem omdat de stembanden inkrimpen of uitzetten (geen idee… wat gebéurt er eigenlijk met die dingen als je ouder wordt?). De stemkwaliteit blijft behoorlijk op peil, dat is het punt niet.

 

Wat dan wel? Dat vermaledijde pensioen! Koorbestuurders die denken dat hun leden meer tijd krijgen om thuis te oefenen, zijn behoorlijk naïef. Meedenken in de repertoirecommissie dan? Nee, dat gaat het ook niet worden. Want wat gebeurt er nadat de hele santenkraam aan de wilgen is gehangen? Piet moet zichzelf zo nodig zien te vinden tijdens een wandeltocht van zes weken richting Santiago de Compostela. José is met manlief gerekruteerd voor de opvang van de kleinkinderen en voortaan gebonden aan een ingewikkeld rooster. Of, nog erger: de vrouw van Sjaak lanceert dat briljante idee dat ze inleidt met de woorden: ‘laten we eens gek doen’. Dan weet je het wel. ‘We verkopen het huis, gaan kleiner wonen en schaffen een camper aan. Heerlijk, drie keer per jaar zes weken lang door Europa trekken. Zie je het voor je?’

 

Helaas, Sjaak ziet het inderdaad voor zich. Oh, die blijft eerst nog van goede wil hoor. Maar al gauw blijkt dat je aan het Lago Maggiore of op een Pyrenée toch niet zo snel naar je bladmuziek grijpt om al die liedjes erin te houden. Het vervolg laat zich raden. ‘Sorry, dit werkt niet. Andere levensfase. Dag koor!’ Nu gun ik Sjaak – en zelfs zijn vrouw - van alles maar als koor ben je mooi in de aap gelogeerd.

 

Ik weet, in de Westelijke Mijnstreek werd laatst een koor opgericht met een ware toeloop van 50-plussers tot gevolg, maar Limburg (van harte proficiat, trouwens!) onderscheidt zich wel vaker van de rest van Nederland. En dus… laten we eens gek doen. De AOW-leeftijd naar 70 jaar! In het belang van de Nederlandse zangcultuur. U sprak onlangs met de koorsector, minister Van Engelshoven. U kunt meteen iets dóen! Draai dat pensioenakkoord gerust terug. Wat? De vakbonden? Die mogen een toontje lager zingen.

 

Jan van Deursen is tekstschrijver en webredacteur van BALKnet.nl

 

 

Samen zingen maakt mensen gelukkiger!

Door: Thomas Hessels

5 september 2019

 

Op elke 10 Nederlanders zingt er één in een koor, soms professioneel maar de meesten uit pure liefhebberij. Koorzang is ook de grootste vorm van tijdsbesteding in de cultuursector (42%), groter dan instrumentale muziekbeoefening (31%) en veel groter dan toneel (16%) of dans (6%). De percentages foto/film, beeldend werken en creatief schrijven liggen nog lager. Deze cijfers haal ik uit het Rapport Verenigingsmonitor 2018 dat LKCA (het landelijke kennisinstituut voor cultuureducatie en amateurkunst) deze zomer heeft uitgebracht.

 

Maar waaróm hebben er zoveel mensen lol in zingen, vroeg ik me af. Daar geeft het deelrapport over Koren inzicht in. De meeste koorzangers doen het voor gezelligheid en ontmoeting (68%), op afstand gevolgd door artistieke ontwikkeling (32%), artistieke prestaties (22%), of een traditie in stand houden (19,5%). Inderdaad, de percentages tellen op tot boven de 100%, ik veronderstel dat de respondenten meerdere antwoorden tegelijk konden geven.

 

Kijken we dieper, dan blijkt onder de behoefte aan samen zingen vooral de wens te leven om gelukkig te zijn. De psycholoog Ap Dijksterhuis heeft op een rij gezet wát mensen het meest gelukkig maakt. Dat blijkt dan niet te zitten in het winnen van de loterij, of de aankoop van een paar nieuwe schoenen, maar in activiteiten die we regelmatig samen met of voor anderen uitvoeren. Onderzoek heeft, zo meldt Dijksterhuis, uitgewezen dat we endorfine aanmaken als we samen met anderen lachen, dansen, sporten of musiceren.

 

Het verwerven van gezamenlijke ervaringen maakt dus veel gelukkiger dan het kopen van spullen. Eigenlijk ook logisch, want je bouwt er duurzame herinneringen mee op. En het mooie is: je onthoudt vooral de plezierige ervaringen terwijl een miskoop nog jarenlang in je hoofd kan doorzeuren. Dus: ga bij een koor, ga vooral ook na de repetitie mee naar de kroeg, schrijf je in voor een koorfestival, boek een zangvakantie in het buitenland. Je wordt er gelukkiger van!

 


Waarom komt het niet over?

 

Door: Thomas Hessels

Datum: 7 maart 2019

 

Op 9 februari 2019 was het weer BALK Festival Oost, dat prachtige festival in Ulft waar je graag een lange trein-/busreis voor over hebt. Mooie accommodatie, perfecte organisatie, veel fijne zanggroepen, gemoedelijke sfeer zonder competitie. Toch ben ik na zo’n dag in verwondering: waarom komt de ene zanggroep wel over en de andere niet? Heeft dat te maken met de kwaliteit van de stemmen? Zo eenvoudig ligt het niet.

Aan het slot van de festivaldag was er een gastoptreden van King Rosewood. Drie meiden die een werkelijk perfecte samenklank hebben. Toch had ik er na drie nummers genoeg van. Wel mooi, maar mij kan het niet lang boeien. Er gebeurde niks op het podium en er gebeurde niks bij mij. Sorry dames.

 

Misschien ligt hier het antwoord op de vraag die ik mezelf stel. Ik wil geen mooie zang horen, ik wil een vorm van emotie beleven. En ja, als daarbij de zang perfect is, sta ik na afloop bovenop mijn stoel. Maar tsjonge, wat heb ik die dag veel tijd uitgezeten met een overdaad aan mooi-ige nummers, meest Engelstalig, die me totaal niks deden. Bij de Nederlandstalige nummers was die vonk er meestal wel. Blijkbaar beseffen zangers dan beter dat er een tekst moet worden overgebracht, dat er een verháál verteld moet worden. Bij de Engelstalige nummers ligt de focus vaak op de zang alleen. Fijn om te doen als groep, maar als luisteraar dwalen je gedachten dan al snel af.

 

We zouden het in de lichte muziek meer moeten hebben over waar een publiek optreden over gaat. Wat mij betreft over de tekst écht beleven, een expressie overbrengen, het publiek betrekken, wat te zien geven (simpele choreo, body percussion, een grap, wat dan ook). Iemand die - al dan niet vals - uit z’n plaat gaat, is zóveel boeiender dan intieme harmonie met kaarsen op het podium. Misschien zijn het vooral de dirigenten die zich daar meer van bewust zouden kunnen zijn. De ene na de andere cover programmeren... dat schuift als het ware een gordijn tussen groep en publiek. Zeker in ons genre gaat het om de totale performance. Die begint en eindigt niet bij de noten, maar bij wat zangers zijn en doen op het podium.

 

Thomas Hessels is tekstschrijver en bestuurslid van BALK.

 

 

Delen: